Hechting

Kom je regelmatig in liefdesrelaties terecht waarin aantrekken en afstoten een belangrijke rol spelen? Twijfel je of je wel de moeite waard bent? Of heb je juist weinig vertrouwen in anderen? Het is mogelijk dat jij last hebt van onderliggende hechtingsproblematiek. Als je dit herkent, lees dan vooral verder!

In je jeugd wordt in het contact met je ouders en belangrijkste verzorgers de basis gelegd voor hoe jij je in je verdere leven aan anderen hecht. Er zijn grofweg twee soorten hechting te benoemen: veilige en onveilige hechting.

Waren je ouders in staat om jou de emotionele zorg te geven die jij als kind nodig had en respecteerden ze tegelijkertijd jouw autonomie? Dan ontwikkel je als kind waarschijnlijk een veilige hechtingsstijl. Ongeveer 60% van de mensen is veilig gehecht. Als je veilig gehecht bent, heb je een basisvertrouwen in zowel jezelf als in de ander. Daardoor voel je je vrij om jezelf te zijn en intieme relaties met anderen aan te gaan.

Bij een onveilige hechting ontbreekt het basisvertrouwen in jezelf en/of in de ander. Hier ligt meestal een gemis, een onvervulde emotionele behoefte uit je kindertijd aan ten grondslag. Deze ‘oude kindpijn’ kan in je latere relaties volop getriggerd worden, waardoor je in overlevingsmechanismen terechtkomt die je als kind hebt ontwikkeld om met het gemis om te gaan. Dit kan het hebben van gezonde relaties met anderen sterk bemoeilijken.

Kinderen met verslaafde ouders, ouders met psychische problemen en kinderen die scheidingen en verlies hebben ervaren, zijn veelal onveilig gehecht. Maar vaak ligt er niets opvallends aan ten grondslag. Ook kinderen met liefhebbende ouders zijn soms toch de emotionele zorg tekort gekomen die ze zo nodig hadden. Dan heb ik het bijvoorbeeld over ‘je niet gezien voelen’, ‘niet jezelf mogen zijn’, ‘emoties hebben moeten wegstoppen’, ‘je niet getroost of gesteund voelen’ of ‘onder druk gezet worden’.

Ook op latere leeftijd kun je onveiliger gehecht raken, met name door een relatie aan te gaan met een onveilig gehechte partner. Hierdoor kun je onzekerder worden, vertrouwen verliezen en soms zelfs gedragspatronen van de ander overnemen.

Gelukkig is er hoop! Je hechtingsstijl blijft voor de rest van je leven in ontwikkeling. Door te investeren in je eigen mentale ontwikkeling en goede ervaringen op te doen, kun je je hechtingsstijl positief veranderen. Ik heb alle tools en ervaring in huis om jou hierbij te begeleiden. Besef dat er geen ‘quick fix’ bestaat. Het is een proces dat tijd en inzicht vraagt, maar waar je de vruchten zeker van zult gaan plukken!

→ Lees meer over hechting in individuele coaching .

→ Lees meer over hechting in relatietherapie .

Trauma

Heb je ooit een traumatische gebeurtenis meegemaakt die je blijft achtervolgen? Of wil je onderzoeken of je een trauma hebt? Spanning, angstklachten, grillige emoties en slaapproblemen kunnen wijzen op een dieperliggend trauma.

Om te voorkomen dat we het woord trauma te pas en te onpas in de mond nemen, wil ik graag toevoegen dat niet alle trauma even heftig hoeft te zijn. Ik noem het ook wel eens je mentale ‘blauwe plekken’. Het is belangrijk om te weten dat we verschillende soorten trauma niet hoeven te vergelijken en dat we het ook niet erger of minder erg moeten maken dan hoe jij het ervaart. Wat jij voelt mag serieus genomen worden en mag je ten diepste gaan erkennen. Hierdoor wordt het draaglijker en kan het uiteindelijk ook luchtiger worden.

Het is belangrijk om te begrijpen dat niet de traumatiserende gebeurtenis zelf het trauma is, maar hoe jij de gebeurtenis hebt ervaren. Wanneer de ervaring te overweldigend is om te verwerken, kan je primaire stressreactie (vechten, vluchten of bevriezen) niet voldoende zijn, of kan deze te lang aanhouden. Hierdoor kan een deel van je persoonlijkheid afgesplitst raken – dit noemen we het traumadeel. Dit traumadeel houden we graag afgeschermd, want het onder ogen zien brengt je in contact met de onderliggende angst en pijn. Daarom ontwikkel je onbewust overlevingsmechanismen om het te vermijden. Het kan zelfs zijn dat je het je niet kunt herinneren. Toch ligt trauma opgeslagen in je lijf en zal het lijf reageren als het wordt getriggerd.

Bij hechtingstrauma is het proces vaak langduriger en speelt het zich af in de kindertijd. Vaak wordt het op volwassen leeftijd bevestigd in relaties met anderen, waardoor de impact zich verdiept.

Wanneer je gezonde deel, je ‘volwassen autonome zelf’, sterk genoeg is, is de tijd mogelijk rijp om je trauma stap voor stap te gaan aankijken. Dit gebeurt onder mijn begeleiding in een vertrouwde en veilige omgeving, in een tempo dat voor jou goed voelt. Hoewel het beangstigend kan lijken, is het belangrijk om te weten dat het niet gevaarlijk is. De situatie van toen komt namelijk niet meer terug. 

Het doel van traumabehandeling is om het traumadeel te integreren in je persoonlijkheid zodat je je weer een compleet mens gaat voelen. Het constant beschermen en vermijden van dit deel kost namelijk veel energie. Je gaat letterlijk van overleven naar leven!

→ Lees meer over trauma in individuele coaching .

→ Lees meer over trauma in relatietherapie .

Emotieregulatie

Één van de belangrijkste kenmerken van trauma en hechtingsproblematiek is een minder ontwikkelde emotieregulatie. Dat wil zeggen dat je het lastig vindt om emoties te herkennen, erkennen en op een emotioneel volwassen manier te uiten. Het kan zijn dat je niet geleerd hebt om te voelen wat er in je lijf gebeurt. Of misschien heb je vroeger de boodschap meegekregen dat gevoelens er niet toe doen of lastig zijn.

Op momenten dat er in het hier-en-nu iets gebeurt dat onbewust doet denken aan een nare ervaring uit het verleden, kun je getriggerd raken. Omdat je onbewust óók reageert op die ‘oude pijn’, kunnen je emoties je met een heftigheid overspoelen die niet past bij de huidige situatie. Die heftigheid kan gericht zijn op jezelf en zich bijvoorbeeld vertalen in angst en spanning. Hiermee kun je jezelf aardig in de weg zitten. Die heftigheid kan ook gericht zijn op een ander. Omdat een ander jouw verleden meestal niet kent, kan het heel goed zijn dat diegene jouw reactie totaal niet begrijpt. Zo kunnen ongewild de relaties met mensen om je heen onder druk kunnen te staan.

Het werken aan je emotieregulatie kan een belangrijke eerste stap in je helingsproces zijn. Onder mijn begeleiding leer je de signalen van je lijf beter te herkennen zodat je emoties je niet meer zo overvallen. Je mag gaan ervaren hoe het is om emoties toe te laten en te doorvoelen. Ook ga je oefenen om op triggermomenten te vertragen en overzicht te krijgen. Samen brengen we in kaart hoe je op een gezonde manier zorg kunt dragen voor je eigen emoties, zowel preventief als tijdens triggermomenten. En zoals met alles: oefening baart kunst. Uiteindelijk zal het steeds vaker lukken om te reageren op een manier die jou het meeste dient. Je wordt een evenwichtiger mens.

→ Lees meer over emotieregulatie in individuele coaching .

→ Lees meer over emotieregulatie in relatietherapie .

Overlevingspatronen

Als kind, en soms ook later in je leven, ontwikkel je onbewust manieren om met trauma om te gaan. Dit noemen we coping-, beschermings- of overlevingsmechanismen. Het is gedrag dat in de basis altijd een positieve intentie heeft. Het heeft je letterlijk beschermd op momenten dat je systeem overbelast was omdat je in fysiek of emotioneel gevaar was. Later in je leven blijf je dit gedrag meestal onbewust ook toepassen in nieuwe situaties.

Overlevingsmechanismen kunnen allerlei gezichten hebben. Ze zijn grofweg in te delen in vier categorieën:

  • Vechten (fight): niet kunnen loslaten, manipuleren, controle uitoefenen, overtuigen, je afzetten, piekeren, je snel aangevallen voelen, boos zijn, jezelf groter maken, jezelf bij voorbaat afkraken
  • Vluchten (flight): in het hoofd zitten, niet voelen, rationaliseren, uit contact gaan, letterlijk weggaan, oppervlakkigheid, verslavingsgedrag, vermijden, ontkennen, slachtofferrol aannemen
  • Pleasen (fawning): jezelf wegcijferen, gericht zijn op de ander, afhankelijkheid, overmatig helpen, anderen willen redden, perfectionisme, je beter voordoen dan je bent, aanpassen, geen grenzen aangeven, eigen behoeften en gevoelens onderdrukken, valse hoop, verhoogde alertheid
  • Bevriezen (freeze): dissociëren, niet kunnen herinneren

Je zult er vast wel een aantal bij jezelf herkennen en misschien kun je er nog wel veel meer bedenken. De eerste drie categoriën hebben gemeen dat je onbewust een situatie zo probeert te beïnvloeden dat je er grip op krijgt. Bevriezen is de enige optie die overblijft zodra je je realiseert dat je machteloos bent.

Waarom ontwikkelen we allemaal verschillende overlevingsmechanismen? Ten eerste speelt er een genetisch component mee. Ten tweede hebben we een lerend vermogen en trainen we onszelf om bepaalde mechanismen in te zetten als die in het verleden goed hebben gewerkt. Het goede nieuws is dat je jezelf dus ook weer iets anders kunt aanleren!

Overlevingsmechanismen zijn niet per definitie negatief. Vaak zijn je beste eigenschappen eruit voortgekomen. Het gaat om het ‘tè’! Goed werk leveren is bijvoorbeeld heel helpend, maar perfectionisme kan je aardig dwarszitten. En doorzettingsvermogen is een geweldige kwaliteit totdat je dingen niet meer kunt loslaten.

Het is de kunst om het ‘tè’ aan te pakken. Je mooie eigenschappen behouden, maar hetgeen dat je belemmert onder de loep te nemen. In mijn praktijk onderzoeken we samen wat jouw overlevingsmechanismen zijn en hoe we ze kunnen transformeren.

→ Lees meer over overleven in individuele coaching .

→ Lees meer over overleven in relatietherapie .

Relatieangst

Oude emotionele pijn herhalen in volwassen relaties
De pijn van een gebrek aan emotionele verzorging in je jeugd herhaalt zich vaak in onze volwassen liefdesrelaties. Hiermee bedoel ik dat we als kind niet de aandacht, waardering, erkenning en bevestiging kregen waar we recht op hadden en behoefte aan hadden. Zonder het te beseffen, gaan we op zoek naar compensatie. We kiezen onbewust een partner uit die qua emotionele beschikbaarheid lijkt op één van onze ouders, en proberen in die relatie alsnog het oude gemis te herstellen. Dit kan zich steeds in een andere vorm voordoen.

De ene keer kan het bijvoorbeeld een partner zijn die fysiek onbeschikbaar is, zoals iemand die bezet is, ver weg woont, jou niet goed kent of niet ziet staan. De andere keer kan het een emotioneel onbeschikbare partner zijn: iemand die zich niet kan binden, zich niet in jou kan verplaatsen vanwege bijvoorbeeld autisme of narcistische trekken, psychische problemen heeft of verslavingsgedrag vertoont.

Aan de andere kant kan het ook zijn dat we onbewust een partner kiezen die juist wel altijd beschikbaar is en alles wil doen om onze aandacht en goedkeuring te krijgen. Dit kan leiden tot een dynamiek van afhankelijkheid en overcompensatie, waarin de partner meer bezig is met onze zorg dan met hun eigen grenzen. Ook al word je er niet gelukkig van, het is wat je kent en daardoor voelt het vertrouwd.

Vervolgens raak je, hoe kan het ook anders, getriggerd in je ‘oude pijn’ en ga je je overlevingsmechanismen inzetten om de pijn van vroeger in je huidige relatie te voorkomen. Dit is een strijd die je gemakkelijk kunt verliezen, want al snel ga je merken dat je samen in een destructieve dynamiek terechtkomt: de dans van aantrekken en afstoten.

Bindingsangst en verlatingsangst: twee kanten van dezelfde medaille
Binnen het fenomeen onveilige hechting kunnen we onderscheid maken tussen een angstige hechtingsstijl (verlatingsangst) en een vermijdende hechtingsstijl (bindingsangst). In feite gaat het over hetzelfde: een groot verlangen naar liefde in combinatie met een diepgewortelde angst voor emotionele intimiteit. Er wordt echter een tegengesteld overlevingsmechanisme ingezet. De verlatingsangstige reikt uit om de liefde en veiligheid veilig te stellen. De bindingsangstige daarentegen verlangt wel naar liefde, maar zoekt zijn veiligheid in het nemen van afstand.

De verlatingsangstige voelt enorm veel angst als de bindingsangstige niet in zijn/haar intimiteitsbehoeften kan voorzien en afstand neemt, maar kan zich niet van de relatie losmaken. Als de bindingsangstige wat afstand heeft, zakt de angst en zal het verlangen naar liefde weer naar de voorgrond komen. Als de bindingsangstige terugkeert, zal de angst bij de verlatingsangstige weer wegzakken om plaats te maken voor opluchting of zelfs euforie. Zo ontstaat er een knipperlichtrelatie. Bij de bindingsangstige speelt er onderliggend altijd verlatingsangst en bij de verlatingsangstige altijd bindingsangst. Per situatie of per partner kan de rol die je kiest dus ook verschillen. Er zijn vele variaties op deze dynamiek mogelijk. Het kan bijvoorbeeld ook zijn dat je het helemaal niet meer aandurft om een relatie te hebben.

Relatieverslaving: waarom deze dynamiek zo verslavend voelt
We noemen de liefdesbange dans ook wel relatieverslaving. De heftigheid van deze dynamiek wordt al snel verward met echt liefde. Maar niets is minder waar: het is een ‘shotje’ liefde dat je nodig hebt om je ‘oude pijn’ te dempen. Je gaat een afhankelijkheidsrelatie aan om een intern gemis bij elkaar op te vullen.

Wat is er dan nodig om deze dynamiek een halt toe te roepen? Je hebt het vast al vaker gehoord, maar het is essentieel om zelf zorg te gaan dragen voor het gemis en verlangen binnen jezelf. Dan wordt de relatie met een ander niet meer een noodzaak, maar een mooie aanvulling. Ook hiervoor geldt dat er geen quick fix bestaat. Je moet het zelf doen, maar je hoeft het gelukkig niet alleen te doen. Met mijn hulp kun je de juiste stappen gaan zetten naar heling, zelfliefde en autonomie.

→ Lees meer over relatieangst in individuele coaching .

→ Lees meer over relatieangst in relatietherapie .

Neurodiversiteit

Een uniek zenuwstelsel

Ik geloof dat ieder mens geboren wordt met een uniek zenuwstelsel, een eigen prikkelverwerking, gevoeligheid, hersteltempo, intensiteit en manier van waarnemen, voelen en reageren. Logisch eigenlijk, als je bedenkt dat we op alle vlakken van elkaar verschillen. Dit vormt, naast onze hechting en levenservaringen, een belangrijke basis in hoe wij de wereld ervaren en ons daarin bewegen.

Sommige mensen merken al vroeg dat ze anders reageren dan anderen. Ze raken sneller overprikkeld, voelen veel, denken diep, hebben moeite met schakelen of ervaren sociale situaties als intens. Anderen zoeken juist veel prikkels op. Je kunt vastlopen in concentratie, impulscontrole, planning, rust, slaap of emotieregulatie. Ook in relaties kan dit zich uiten: je voelt je snel overweldigd, trekt je terug, zoekt juist bevestiging of vindt het lastig om je af te stemmen op de ander.

Diagnoses en labels

Veel van deze kenmerken kunnen worden benoemd in de vorm van een diagnose of label, zoals ADHD, autisme, hoogsensitiviteit, hoogbegaafdheid, trauma, angst, depressie of persoonlijkheidsproblematiek zoals borderline of een vermijdende persoonlijkheidsstoornis.

De term neurodiversiteit wordt gebruikt om aangeboren verschillen in zenuwstelsel en temperament te beschrijven, zoals ADHD, autisme, dyslexie, hoogbegaafdheid en vergelijkbare profielen. Tegelijk spelen ook ervaringen die je in je leven opdoet een grote rol in hoe het zenuwstelsel zich ontwikkelt en functioneert.

Een diagnose kan enorm helpend zijn. Het geeft erkenning en woorden aan wat je ervaart, en helpt om er betekenis aan te geven. Je ontdekt dat je niet de enige bent, en dat wat je meemaakt begrijpelijk is. Dat werkt vaak al verzachtend en maakt zelfacceptatie een stuk gemakkelijker. Daarnaast kan een diagnose toegang geven tot passende hulp.

Hoe nu verder?

Na een diagnose blijft vaak de vraag: hoe nu verder? Blijf ik leren omgaan met mijn klachten, of kan ik me ook verder ontwikkelen? Het antwoord daarop is niet voor iedereen hetzelfde en hangt af van jouw unieke systeem en omstandigheden.

In mijn praktijk sluiten we aan bij hoe jouw zenuwstelsel van nature werkt. Niet vanuit een standaard aanpak, maar afgestemd op jouw prikkelverwerking, gevoeligheid en manier van reageren, en op wat jouw systeem nodig heeft om tot rust en balans te komen.

Daarbij vormen veiligheid en afstemming de basis. Pas wanneer je je voldoende veilig voelt, kan je zenuwstelsel ontspannen en ontstaat er ruimte om te voelen, te onderzoeken en nieuwe ervaringen op te doen.

Van daaruit ontstaat ruimte om jezelf niet alleen op een dieper niveau te leren begrijpen, maar ook om oude patronen bij te sturen. Naast zelfinzicht en psycho-educatie besteed ik in mijn begeleiding veel aandacht aan voelen en het verbinden met het lichaam. Door te werken met ervaringsleren en het onderbewustzijn kunnen nieuwe verbindingen ontstaan in je brein en zenuwstelsel. Dit maakt ontwikkeling mogelijk die verder gaat dan alleen “leren omgaan met”. Je leert stap voor stap om jezelf te reguleren, richting te geven en steeds meer te worden wie jij in de kern bent.

Zelf aan de slag

Wil je zelf al aan de slag? Op de website https://sensoryoverload.info vind je veel informatie en cursussen over neurodiversiteit en de uitdagingen die daarbij kunnen horen. Een waardevolle bron om jezelf beter te begrijpen en in het dagelijks leven met je systeem te leren omgaan. En ook heel goed te gebruiken in combinatie met een verdiepend traject.

nl_NLDutch